Hij zat tegenover me. Praten kan ie wel. Uren. Maar als het op onderhandelen aan komt. Dan gebeurt er iets. Hij lijkt bang voor gedoe. Bang om écht te zeggen wat ie vindt. Hij is bang te fel te reageren. Diverse keren loste ie het wel op. Deed hij water bij de wijn. Zorgde hij te goed voor de ander en niet zo goed voor hemzelf. Dat kostte hem dan een paar k. Daar had ie last van. Baalde hij van. Hij is bang voor gedoe en krijgt gedoe met zichzelf. In een opstelling stelden we zijn ouders op. Schatten van mensen. Diep respect. Kon je aan alles merken. Naar hen uitspreken wat hij echt vindt. Dat deed ie nooit. Zijn ouders hebben het niet altijd gemakkelijk gehad. Hij zorgt voor ze. In de opstelling gaf ik hem woorden om te verwoorden wat er écht in hem om ging. Z’n gezicht betrok. De spanning werd voelbaar én zichtbaar. Maar hij ging erdoor heen. Zijn mond viel open. Dít is precies wat er in onderhandelingen gebeurt! Ik ga zorgen. Ik ga het – als het spannend wordt – uit de weg. ‘Bang voor gedoe’. Bang ’te hard’ te zijn. Dus zeg ik maar niets. Maar er zit verschil in hard zijn en duidelijk zijn. Hard: ‘Die prijs is zo. Punt’ Duidelijk is: Ik snap je vraag. Maar de prijs blijft staan. Dit is de reden…’. Geen aanval. Geen scherpte. Gewoon eerlijk zeggen wat je vindt. Sindsdien onderhandelt hij anders. Daardoor heeft ie minder gedoe met de ander. Veel minder gedoe met zichzelf. Meer rust. Zelfs een paar k meer. Omdat ie dicht bij zichzelf blijft. Hij keek me verwonderd aan. ‘Dat systemisch oefenen mij dit oplevert.’
Home »